Het monteren en demonteren van lagers, bussen en glijlagers is een axiale persbewerking waarbij passing, uitlijning, ondersteuning en gecontroleerde krachtopbouw bepalen of de bewerking reproduceerbaar en zonder structurele schade kan worden uitgevoerd.
Zowel lagers als bussen en glijlagers reageren direct op puntbelasting, scheefstand en lokale vervorming. De persslag moet daarom volledig lineair verlopen, met constante geometrische controle.
Een hydraulische werkplaatspers is toepasbaar wanneer de technische randvoorwaarden aantoonbaar binnen het werkgebied van de pers vallen.
Deze pagina definieert wanneer montage en demontage binnen dit toepassingsbereik valt – en wanneer niet.
Wanneer is een hydraulische werkplaatspers geschikt?
Een hydraulische werkplaatspers is geschikt wanneer:
- de bewerking axiaal verloopt zonder rotatie of slagbelasting
- de perskracht gecontroleerd, geleidelijk en reproduceerbaar kan worden opgebouwd
- krachtinleiding plaatsvindt via het juiste montagevlak:
- binnenring bij montage op een as
- buitenring bij montage in een huis
- volledige omtreksteun bij glijlagers en dunwandige bussen
- as, huis of zitting vlak, stijf en volledig ondersteund kan worden
- de interferentiepassing voorspelbaar is en binnen een beheerste krachtband valt
Wanneer deze voorwaarden niet worden gehaald, ontstaat direct risico op loopbaanschade, vervorming, ovalisatie of instabiliteit in de beginfase van de persslag.
Technische aandachtspunten bij lager- en busmontage
Perskracht en krachtopbouw
De benodigde perskracht wordt bepaald door:
- interferentie (Δd)
- materiaalcombinatie
- contactlengte
- oppervlakteruwheid
- tolerantieconditionering
De krachtopbouw moet:
- stapsgewijs verlopen om piekbelasting te voorkomen
- continu worden gevolgd op onverwachte weerstandstoename (indicatie van scheefstand)
- vlakdragend worden overgebracht om piekspanningen te vermijden
Een scheefstand van 0,1–0,2 mm genereert een asymmetrisch drukprofiel dat blijvende loopbaanschade of vervorming veroorzaakt – zelfs wanneer de totale perskracht binnen normale waarden ligt.
Passing, uitlijning en ondersteuning
Correcte passing en ondersteuning bepalen de stabiliteit van de slag:
- uitlijning moet vóór krachtopbouw worden vastgesteld
- belasting moet via de juiste ring worden ingevoerd om ringvervorming te voorkomen
- glijlagers en bussen vereisen volledige omtreksondersteuning
- huisdelen moeten vlak en torsiestijf worden gedragen
- elke zijdelingse belastingscomponent moet worden uitgesloten
Ovalisatie bij dunwandige glijlagers ontstaat in de eerste millimeters van de persslag wanneer slechts een deel van de rand wordt ondersteund. De afwijking wordt vaak pas zichtbaar na montage.
Constructieve eisen aan de pers
Een geschikte hydraulische werkplaatspers beschikt over:
- een stijf frame met minimale laterale doorbuiging
- een lineaire slaggeleiding met constante geometrie
- drukstukken die het draagvlak exact volgen
- een vlak, stabiel en massief werkvlak
- voldoende massa om schokbelasting en micro-vervorming te dempen
Zelfs beperkte frameflex (<0,5 mm) kan componenten kantelen in de beginfase van de slag. De mate van constructieve stijfheid bepaalt direct de faalkans van de montage.
Wat in de praktijk vaak wordt onderschat
- belasting via de verkeerde ring
- minimale scheefdruk die loopbanen beschadigt
- vervorming van dunwandige bussen door puntbelasting
- huisdelen die onvoldoende vlak of onvoldoende stijf zijn
- krachtpieken door te snelle bediening
- variatie in interferentie door voorafgaande thermische conditie
- verhoogde weerstand door corrosie of microvervorming
Deze factoren beïnvloeden direct de maatvastheid en functionele performance van het gemonteerde component.
Typische bewerkingen binnen deze toepassing
- montage en demontage van kogellagers en rollagers
- montage van bronzen, stalen en kunststof glijlagers
- inpersen van dunwandige bussen in assen en huisdelen
- uitpersen van versleten lagerzittingen
- revisiewerk aan lagerstoelen en huisconstructies
- seriematige montage in onderhouds- en assemblageomgevingen
De lijst beschrijft het bewerkingstype; niet welke specifieke pers geschikt is.
Relatie tot persklassen (HD-programma)
De classificatie binnen het HD-programma wordt bepaald door diameter, interferentie, zittingstijfheid en krachtprofiel.
Lichte hydraulische werkplaatspersen (20-60 ton)
Voor kleinere componenten met:
- lage interferentie
- korte contactlengte
- stabiele, dikwandige huisdelen
- geringe randbelasting
Middelzware hydraulische werkplaatspersen (80-160 ton)
Voor standaard industriële afmetingen met:
- normale tot verhoogde interferentie
- langere zittingen
- noodzaak tot reproduceerbare krachtopbouw
- stabiele ondersteuning
Zware hydraulische werkplaatspersen (180-500 ton)
Voor grote lagers of bussen met:
- hoge interferentie
- grote diameters
- massieve huisdelen
- risico op krachtpieken door toleranties
Wanneer is een werkplaatspers niet passend?
Een werkplaatspers is niet geschikt wanneer:
- ondersteuning van huis of as niet kan worden gegarandeerd
- belasting via de verkeerde ring onvermijdelijk is
- thermische montage noodzakelijk is
- passing onbekend of sterk variabel is
- rotatie of slagbelasting onderdeel van de bewerking is
- structurele schade niet kan worden uitgesloten
Vervolg binnen de site
Op basis van deze toepassing kan worden doorverwezen naar:
- de relevante persklassen binnen het HD-programma
- de beschikbare standaardmodellen
Voor bewerkingen die buiten deze randvoorwaarden vallen, wordt doorverwezen naar het engineering- en maatwerktraject, waar niet-standaard geometrieën, complexe passingen en afwijkende montagecondities technisch worden beoordeeld.
Technische beoordeling aanvragen
Wanneer de bewerking binnen de beschreven technische randvoorwaarden valt, kan een technische beoordeling worden aangevraagd om de toepassing binnen de juiste persklasse van het HD-programma te positioneren.