Werkstukken richten en uitlijnen met hydraulische werkplaatspers

Het richten en uitlijnen van werkstukken is een gecontroleerde vervormingsbewerking waarbij geometrische afwijkingen worden gecorrigeerd door middel van axiale krachtinleiding.

De bewerking wordt toegepast bij assen, profielen, platen, kokers en andere constructiedelen waarbij maatvoering, rechtheid of concentrische uitlijning is verstoord. Een hydraulische werkplaatspers is toepasbaar wanneer de technische condities binnen het werkgebied van de pers vallen en de bewerking reproduceerbaar uitgebalanceerd kan worden uitgevoerd.

Deze pagina beschrijft wanneer richten en uitlijnen binnen dit toepassingsbereik valt – en wanneer niet.


Wanneer is een hydraulische werkplaatspers geschikt?

Een hydraulische werkplaatspers is geschikt voor richt- en uitlijnbewerkingen wanneer:

  • de vervorming axiaal kan worden aangebracht zonder torsie of slagbelasting
  • de kracht gecontroleerd, geleidelijk en in kleine stappen kan worden opgebouwd
  • het werkstuk stabiel, vlakdragend en trilvrij kan worden ondersteund
  • de richting van krachtinleiding exact gedefinieerd kan worden
  • het materiaal ductiel genoeg is om gecontroleerd plastisch te vervormen
  • de meetreferentie vóór, tijdens en na de bewerking reproduceerbaar kan worden bepaald

Wanneer deze voorwaarden niet worden gehaald, valt de bewerking buiten het beoogde technische bereik van een werkplaatspers.


Technische aandachtspunten

Perskracht & krachtopbouw

De benodigde kracht voor richt- en uitlijnbewerkingen wordt bepaald door:

  • materiaalsoort en rekgrens
  • doorsnedegeometrie van het werkstuk
  • afwijkingsgrootte en -locatie
  • gewenste correctienauwkeurigheid
  • lengte van het werkstuk en kritische kniklengte

Belangrijke eisen aan de krachtopbouw:

  • kracht moet stapsgewijs worden opgevoerd, met tussenmetingen
  • lokale overstressing moet worden vermeden
  • het krachtverloop moet worden gevolgd om de overgang van elastische naar plastische vervorming correct te interpreteren
  • krachtverlaging tussen stappen moet worden toegepast om terugvering te beoordelen

Bij richten wordt eerst elastische vervorming opgebouwd. Pas bij overschrijding van de rekgrens treedt plastische vervorming op. Het verschil tussen beide bepaalt hoeveel het werkstuk terugveert en bepaalt daarom de nauwkeurigheid van de eindpositie.


Passing, uitlijning & ondersteuning

Voor nauwkeurig richten geldt:

  • ondersteuning moet dicht bij de correctielocatie plaatsvinden om ongewenste globale buiging te vermijden
  • het werkstuk moet stabiel en vlakdragend worden opgespannen
  • tijdens de bewerking mag geen zijdelingse belasting ontstaan
  • de krachtinleiding moet exact loodrecht plaatsvinden op de gewenste richtlijn
  • de meetmethode moet constant, reproduceerbaar en vrij van parasitaire bewegingen zijn

Wanneer het werkstuk niet uniform wordt ondersteund, ontstaat een complex buigmoment met ongewenste secundaire vervormingen. Hierdoor kan het werkstuk lokaal verdraaien, zelfs wanneer de axiale richting correct is gekozen.


Constructieve eisen aan de pers

Een geschikte hydraulische werkplaatspers beschikt over:

  • een stijf frame dat laterale doorbuiging minimaliseert
  • een lineaire slaggeleiding die de krachtas exact handhaaft
  • een vlak, stabiel werkvlak dat geen torsie of lokale vervorming introduceert
  • drukstukken met een gedefinieerd contactvlak dat afschuiving en puntbelasting voorkomt
  • voldoende massa om microtrillingen te dempen

Zelfs geringe laterale afwijkingen in de perskolom veroorzaken parasitaire belastingen die het werkstuk ongelijk vervormen, waardoor correcte richtwaarden niet kunnen worden bereikt.


Wat in de praktijk vaak wordt onderschat

  • elastische terugvering die de uiteindelijke meetwaarde beïnvloedt
  • lokale overstressing bij onjuist gekozen drukpunt
  • vervorming van dunwandige profielen door onvoldoende ondersteuning
  • invloed van bestaande restspanningen die de krachtcurve verstoren
  • cumulatieve foutvorming wanneer meerdere richtcorrecties zonder tussenmetingen worden uitgevoerd
  • gevoeligheid voor torsie wanneer het werkstuk niet symmetrisch wordt ondersteund

Deze factoren bepalen of de uiteindelijke geometrie binnen de vereiste toleranties valt.


Typische bewerkingen binnen deze toepassing

  • richten van assen met lichte kromming
  • uitlijnen van profielen, kokers en draagconstructies
  • corrigeren van montageframes of lasvervormde onderdelen
  • herstellen van maatfouten in onderhouds- en revisiesituaties
  • fijnrichten van constructiedelen in seriematige productie

Deze lijst beschrijft de aard van de bewerking; niet welke persconfiguratie nodig is.


Relatie tot persklassen (HD-programma)

De plaatsing binnen het HD-programma wordt bepaald door materiaalsoort, sectiehoogte, richtlengte en benodigde krachtband.

Lichte hydraulische werkplaatspersen (20-60 ton)

Toepasbaar voor:

  • kleine profielen, dunwandige werkstukken en korte assen
  • lage correctiekrachten
  • situaties waarin ondersteuning eenvoudig reproduceerbaar is

Middelzware hydraulische werkplaatspersen (80-160 ton)

Toepasbaar voor:

  • gangbare werkstukformaten en constructiedelen
  • richtbewerkingen waarbij de overgang van elastische naar plastische vervorming nauwkeurig moet worden gecontroleerd
  • werkplaatsgebruik met reproduceerbare richtinstellingen

Zware hydraulische werkplaatspersen (180-500 ton)

Toepasbaar voor:

  • grote profielen, massieve assen en stijve constructiedelen
  • situaties waarin hoge richtkrachten nodig zijn
  • werkstukken die een hoge sectiemodulus hebben en weinig vervormen onder normale belasting

De juiste persklasse wordt bepaald door geometrie, krachttraject en richtprofiel – niet door tonnage alleen.


Wanneer is een werkplaatspers niet passend?

Een hydraulische werkplaatspers is niet geschikt wanneer:

  • torsie, rotatie of slagbelasting onderdeel is van de richtmethode
  • het werkstuk niet stabiel, vlakdragend of veilig ondersteund kan worden
  • de vervorming sterk variabel is of het materiaal te bros is
  • de geometrie dermate complex is dat lineaire krachtinleiding niet mogelijk is
  • het gevaar bestaat dat lokale overstressing niet kan worden voorkomen

Vervolg binnen de site

Op basis van deze toepassing kan worden doorverwezen naar:

  • de relevante persklassen binnen het HD-programma
  • de beschikbare standaardmodellen

Voor bewerkingen buiten deze randvoorwaarden wordt verwezen naar het engineering- en maatwerktraject, waarin niet-standaard geometrieën en complexe richtcondities technisch kunnen worden beoordeeld.


Technische beoordeling aanvragen

Wanneer het richten of uitlijnen binnen de beschreven technische randvoorwaarden valt, kan een technische beoordeling worden aangevraagd om de toepassing binnen de juiste persklasse te positioneren.